INFORMATIE OVER HET HOUDEN VAN VOGELS


Praktische informatie voor degene die het voornemen heeft vogels te gaan houden. Achtereenvolgens komen aan de orde:
AANSCHAF. HUISVESTING. VERZORGING. GEZONDHEIDSPROBLEMEN.




AANSCHAF.

Voordat je vogels gaat kopen.

Voor degene die overweegt om vogels te gaan houden is het van het grootste belang niet overhaast te werk te gaan. Koop geen vogels in een opwelling, maar overdenk eerst:
  • Hoeveel tijd en aandacht wil ik aan mijn vogels besteden?
  • Welke vogels zou ik willen houden?
  • Welke ruimte, zowel qua inhoud als inrichting, heb ik voor de vogels in gedachten?
  • Hoeveel kennis heb ik over het houden van vogels en waarover zou ik meer moeten weten?
Het vergaren van kennis kan via vogelliteratuur, maar het verstandigst is toch wel om zich te laten informeren door mensen die al enige ervaring hebben met het houden van vogels. Neem de tijd om over bovenstaande vragen goed na te denken en een weloverwogen beslissing te nemen. Naarmate men zich meer in de materie heeft verdiept en het enthousiasme om vogels te gaan houden allengs groter wordt zal men merken dat men niet zomaar lukraak kan bouwen en kopen, maar min of meer gedwongen wordt keuzes te maken.



Vruchten- en insectenetende vogelsoorten.

Een voor de hand liggende keuze waarvoor men gesteld wordt is uiteraard welke vogels men wil gaan houden. Men kan kiezen tussen zaadetende soorten en vogels die zich voeden met vruchten, insecten of nectar . De laatstgenoemde groep vereist een veel intensievere verzorging en mijn inziens, ook de nodige ervaring met het houden van vogels. In het algemeen wordt daarom onervaren vogelhouders afgeraden met, zowel Europese als exotische, vruchten- en insectenetende vogelsoorten te beginnen.



Zaadetende vogelsoorten.

Er is een ruime keus aan zaadetende vogels voorhanden: kanaries, Europese vogels, prachtvinken uit Afrika, Australië, Azië, enz., enz. Tussen de zaadetende soorten bevinden zich vogels die goed aarden in het Nederlandse klimaat, weinig eisen stellen aan huisvesting en voeding en een sterke weerstand hebben tegen ziekten. Er zijn ook soorten die erg kwetsbaar zijn en hoge eisen stellen aan huisvesting en voeding. Zoals hierboven al gesteld zijn deze soorten voor de beginnend liefhebber niet zo geschikt.



Vechtpartijen in gezelschapsvolières.

Heeft het idee post gevat een gezelschapsvolière in te richten dan is het van het grootste belang dat de vogelbevolking in harmonie met elkaar kan samenleven. Sommige vogelsoorten kunnen zich erg agressief opstellen tegenover andere vogels, met vaak dodelijke afloop voor de vogels die het laagst in de pikorde staan. Men wordt dus voor de niet onbelangrijke keuze gesteld om een vogelbevolking samen te stellen die elkaar verdraagd . Heel belangrijk is hierbij ook de ruimte die de vogels tot hun beschikking hebben.



Overbevolking.

Overbevolking geeft vrijwel altijd problemen. Dit varieert van agressiviteit tegenover elkaar tot problemen met de gezondheid van de vogels. In een grote volière met veel groen, waarin vogels zich kunnen verstoppen, kunnen uiteraard meer vogels gehuisvest worden dan in een volière met dezelfde afmetingen, maar zonder begroeiing. Gevaar voor overbevolking is bij vrijwel ieder vogelhouder levensgroot aanwezig. Ongemerkt breidt een vogelbevolking zich uit en daardoor hebben bijna alle vogelhouders in de beschikbare ruimte te veel vogels vliegen.



Beplanting.

Ook het vogelverblijf, zoals de vogelhouder dat graag zou zien en vogelsoorten die daarin leven, moeten op elkaar afgestemd zijn. Sommige vogelsoorten krijgen het voor elkaar een schitterende beplante volière in een oogwenk kaal te eten. Kanaries hebben in dit opzicht een dubieuze reputatie. Ook kromsnavels zijn vaak knagers, die van de beplanting weinig over laten. Een voorkeur voor een mooi beplante volière beperkt dus de keuze in de soorten die men kan aanschaffen.



Conclusie.

Welke vogelsoorten vragen veel aandacht, welke soorten zijn kwetsbaar, welke kunnen een beginnersfoutje verdragen, welke soorten verdragen elkaar wel, welke zeker niet, welke soorten eten de beplanting kaal: vragen waarop men zeker een antwoord gevonden moet hebben alvorens men tot de aanschaf van vogels overgaat.



Jonge diamantvinken. De jonge diamantvinken krijgen al veren. De jonge diamantvinken staan op het punt van uitvliegen. De jonge diamantvinken hebben het nest verlaten.




Het kopen van vogels

Wanneer men de keuze gemaakt heeft welke vogels men graag zou willen bezitten is het moment van aanschaffen aangebroken.



Koop bij een vertrouwd adres

Het heeft verreweg de voorkeur om geringde vogels te kopen bij een goed bekend staande fokker.
  • Hij kan je de nodige informatie verschaffen over huisvesting en voeding van de vogels die je wilt kopen.
  • Je hebt een adres waar je eventueel naderhand met vragen op terug kunt vallen.
  • Je weet dat je in Nederland gefokte en niet aan de vrije natuur onttrokken vogels aanschaft.
  • Je mag er van uitgaan dat de fokker beschikt over een gezond en raszuiver vogelbestand.
  • Je kunt de vogels die je wilt aanschaffen in alle rust bekijken.
Door te informeren bij de plaatselijke vogelvereniging of via catalogi van vogeltentoonstellingen kan men aan adressen komen van in bepaalde vogelsoorten gespecialiseerde fokkers.



Kopen op vogelmarkten e.d. is niet zonder risico’s.

Aan het kopen van vogels op vogelmarkten ; bij detail- en groothandelaren is het nodige risico verbonden:
  • Vaak zitten er bij handelaren meerdere vogels in een kooi, waardoor het erg moeilijk is de beste vogels er uit te zoeken.
  • Waar veel vogels in een relatief kleine ruimte zitten is de kans op besmetting met ziektes erg groot.
  • Fokkers verkopen hun vogeloverschot aan de vogelhandel. Vaak is dit in kwalitatief opzicht tweede of derde keus.
Soms is het kopen van ongeringde vogels niet te voorkomen en kan men ook niet om een vogelmarkt heen. Niet altijd kan men namelijk een adres vinden van een fokker van vogels, die men zoekt. Zeker wanneer men op zoek is naar niet alledaagse vogelsoorten heeft men op een vogelmarkt of bij een groothandel een grotere kans van slagen.



Koop gezonde vogels.

Koop uitsluitend gezonde vogels. Neem de tijd om de vogels die je wilt kopen te observeren. Wanneer er onrust in een hok ontstaat zitten alle vogels strak in de veren en lijkt alles kerngezond. Maar schijn bedriegt vaak. Blijf daarom een poosje voor een hok staan. Laat de vogels tot rust komen. Vogels die niet in orde zijn verraden zich dan al snel:
  • Ze hebben toegeknepen oogjes. Gezonde vogels kijken helder uit ronde ogen.
  • Ze zitten met opgezette veren. Vaak met de kop in de veren. Vogelhouders noemen dit ‘bol zitten’. Gezonde vogels zitten strak in de veren, zijn actief en alert.
  • Ze ademen hoorbaar en/of met geopende snavel.
  • Ze zitten op de grond en niet op stok.
  • Ze zitten ongemakkelijk op stok als gevolg van pootvergroeiingen of gemiste teentjes.
Vogels die bovenstaande uiterlijke kenmerken vertonen moet men beslist niet kopen.
Zit er maar één of een paar vogels in een hok dan moet men zeker ook de kooibodem kijken. Zaadetende vogels hebben een vaste ontlasting . Bespeurt men op de bodem geen hoopjes maar sporen van natte ontlasting dan is de kans groot dat ogenschijnlijk gezonde vogels toch een darmprobleem hebben. Niet kopen dus. Wanneer men vogels koopt uit een hok waarin veel vogels zitten dan is het vrijwel onmogelijk om te constateren welke vogels wel en welke geen vaste ontlasting hebben.
Nadat men een vogel op zicht heeft uitgekozen volgt de handkeuring. Men neemt de vogel in de hand en let op de volgende kenmerken van ziekte of gebrek:
  • Houd de vogel tegen het oor om te constateren dat de vogel niet piepend ademt. Bij gezonde vogels is het ademen niet of nauwelijks te horen.
  • Voel aan het borstbeen of dit niet scherp is. Vogels met een uitstekend, scherp, borstbeen hebben meestal een chronisch gebrek dat vroeger of later tot de dood leidt. Bij een gezonde vogel is de borstpartij vol en vlezig.
  • Kijk naar de poten of die niet erg ruw, geschubd, zijn en alle nagels en teentjes er nog aan zitten. Heeft een vogel erg ruw geschubde poten dan kan dit duiden op de aanwezigheid van mijten.
  • Kijk naar de veren rond de cloaca. Deze mogen niet vuil zijn van ontlasting. Is dit wel het geval dan heeft de vogel vrijwel zeker diarree.
  • Blaas de veren weg, zodat de buik zichtbaar wordt. Is deze rood, opgezet of ziet men de darmen als rode lussen lopen dan heeft de vogel een darmprobleem. Soms ziet men een te sterk vergrote lever als een donkerrode vlek onder het middenrif uitkomen. Bij een gezonde vogel heeft de buik de kleur van een gezonde mensenhand. Enige vetvorming op de buik is eerder een pluspunt dan en nadeel.
  • Is het een geringde vogel kijk dan naar het jaartal van geboorte. Te oude vogels moet men beslist niet kopen.
  • Klopt het kweeknummer op de ring met dat van de fokker waar je vogels koopt? Wijkt dat af dan is het wellicht een vogel die de fokker heeft aangeschaft, maar niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Het is dan een vogel met de nodige vraagtekens geworden.
Worden alle kenmerken van een, jonge, gezonde vogel geconstateerd dan kan gerust tot aanschaf worden overgegaan. Twijfelt men dan is afzien van koop altijd de beste oplossing. Gun jezelf de tijd om op zoek te gaan naar 100% gezonde vogels. Het vergt misschien wat geduld, maar het voorkomt veel teleurstellingen.



Het tijdstip van vogels kopen.

In de periode september tot en met januari zijn de belangrijkste vogeltentoonstellingen. In deze maanden bepalen de meeste fokkers welke vogels ze willen houden en welke ze van de hand doen. Het aanbod van vogels is in het najaar dus het grootst. Besluit men vogels te gaan houden om er mee te fokken en naar tentoonstellingen te gaan dan zal men moeten proberen ruim voor de Kerst het gewenste fokmateriaal bemachtigd te hebben.
Eigenaren van een vogelverblijf dat in open verbinding staat met de buitenlucht gaan meestal in het voorjaar op zoek naar vogels. Ze kunnen ze dan, als het weer dit toelaat, in de volière loslaten. Het aanbod van vogels in het voorjaar is doorgaans niet groot. Voor de meeste vogels is het voorjaar de tijd om te broeden en fokkers beschikken in deze maanden uitsluitend nog de vogels waarmee ze jonge vogels willen kweken. Ze hebben dan dus nagenoeg niets te koop. Hoewel dus menigeen in het voorjaar het besluit neemt om vogels te gaan houden of vogels aan te schaffen is dit verreweg het meest ongunstige tijdstip om tot de koop van vogels over te gaan. Een bekend gezegde luidt: Regeren is vooruitzien. Dit geldt zeker ook met betrekking tot het kopen van vogels.
[ boven ]



HUISVESTING.

Er bestaan vele mogelijkheden om vogels te huisvesten. Grofweg kunnen we onderscheid maken tussen kooien of kleine vluchten en volières en laatstgenoemde in binnenvolières en buitenvolières. Iedere vorm van huisvesting heeft z’n mogelijkheden en beperkingen. We zullen van de diverse huisvestingsmogelijkheden enkele aandachtspunten de revue laten passeren, zonder maar enigszins de indruk te willen vestigen volledig te zijn.

Een mooie volière. Diverse vogels in een volière. Broedkooien om vogels in te kweken. Een mooie volière.




Buitenvolières.

De meeste vogelhouders kiezen er voor de volière te scheiden in een binnen- en een buitenverblijf. Het buitenverblijf is meestal het grootst, daar groeien de planten en zullen de meeste vogelsoorten ook gaan nestelen. Er is discussie over het al dan niet, gedeeltelijk, overkappen van het buitenverblijf. Voorstanders wijzen op de gevaren van besmetting door vrij vliegende vogels, die, bijvoorbeeld, ongehinderd hun ontlasting in de volière kunnen laten vallen. Bovendien geeft een overkapping beschutting tegen hevige stortregens en windvlagen. Tegenstanders van overkapping zien vooral de voordelen voor de ontwikkeling van de beplanting, wanneer de regen vrij op het gewas kan vallen.
Veelal zal men constateren dat gekozen is voor een tussenweg: een gedeelte overkapt, een gedeelte open.
Om de vogels ook enige beschutting te geven tegen regen, wind en kou kiezen sommige volièrebezitters er voor gedurende het najaar, winter en vroege voorjaar de volière geheel te voorzien van een glazen wand, die tijdens het voorjaar en de zomer verwijderd kan worden.
Ook het binnenverblijf is er voor bedoeld de vogels beschutting te geven tegen regen, wind en kou.
Door een open verbinding te creëren tussen binnen- en buitenverblijf kunnen de vogels zelf kiezen waar ze willen zitten en de nacht willen doorbrengen.
Wanneer de vogelpopulatie bestaat uit soorten die het Nederlandse klimaat maar ten dele kunnen verdragen kan het binnenverblijf ook gebruikt worden als overwinteringplaats. Met het aanleggen van verwarming is het dan mogelijk bij vorst de ruimte zodanig op temperatuur te houden dat in ieder geval het drinkwater niet bevriest.
Een onmisbaar onderdeel van een buitenvolière is een zogenaamde sluis. Een directe verbinding tussen volière en de buitenwereld is vragen om problemen. Menig vogel is door een onooglijk gaatje langs de eigenaar ontsnapt, terwijl hij de volière binnen trad.
Een veelvoorkomend probleem voor de eigenaren van buitenvolières is de aanwezigheid van muizen. Reeds bij de bouw zullen voorzieningen getroffen moeten worden om het muizen erg moeilijk te maken de volière binnen te dringen.



Vogels houden binnenshuis.

Niet iedereen heeft de mogelijkheid een buitenvolière te bouwen en vanuit het erf de vogels te kunnen bewonderen. Het is uiteraard ook heel goed mogelijk vogels binnenshuis te houden. Sommige soorten zijn zo kwetsbaar dat het voor hen zelfs een levensnoodzaak is om ze niet aan de grillen van het Nederlandse klimaat bloot te stellen.
Veel vogelfokkers broeden in kooien of vluchtjes, al naar gelang de bedoeling van de fokker en de eisen die de vogelsoort stelt. Ook bestaat uiteraard de mogelijkheid om met planten in potten een binnenvolière te creëren die qua afwisseling en schoonheid niet onder hoeft te doen voor een buitenvolière.

Heeft men het voornemen een vogelverblijf te gaan inrichten, een buitenvolière, een binnenvolière, kleine vluchtjes of broedkooien, dan geldt ook nu de regel: begin niet overhaast hout te kopen, te zagen en te timmeren. Laat je vooraf goed informeren over allerlei praktische zaken , waarmee je rekening moet houden als je een goed vogelverblijf koopt of zelf bouwt. Informatie is te vinden in de vogelliteratuur, maar de meest praktische kennis doe je toch op door enkele vogelhouders langs te gaan, goed te kijken naar hoe ze hun vogelverblijf hebben gebouwd en ingericht en vooral veel te vragen naar het hoe en waarom.

Enige praktische aandachtspunten voor zowel het binnenverblijf van de buitenvolière als de huisvesting binnenshuis, zoals vluchten en broedkooien, zijn:



Constructie
  • Zorg voor een degelijke en praktische constructie van het vogelverblijf
  • Naden en kieren zijn ideale broedplaatsen voor vogelluis. Voorkom deze dus zoveel mogelijk.
  • Het verblijf moet goed schoon te houden zijn.
  • Plaats de zitstokken zodanig dat er genoeg vliegruimte overblijft.
  • Plaats de zitstokken zodanig dat eventuele ophoping van ontlasting eenvoudig te verwijderen valt en ontlasting niet in voer-, drink- of badwaterbakken kan vallen.




Klimaat
  • Zorg voor voldoende zuurstof in het vogelverblijf door een goede luchtcirculatie.
  • Streef naar een luchtvochtigheid van 60%-70%.
  • Zorg, indien noodzakelijk, voor een goede verwarmingsmogelijkheid.
  • Zorg dat er voldoende (kunst)licht is in het vogelverblijf.
  • Zorg voor een goede verhouding daglicht/nachtrust. Dit kan via een tijdschakelaar wanneer men niet of slecht ten dele gebruik kan of wil maken van zonlicht.
[ boven ]

Goudvinken in een volière. Goudvinken in een volière op een show. Agapornis fischeri op een show.
Agapornis personate op een show. Turquoisineparkiet op een show. Blauwgele Ara op een show.




VOEDING EN VERZORGING.

Degene die besluit tot de aanschaf van vogels dient zich er van bewust te zijn dat vogels, evenals de meeste levende have, iedere dag verzorging nodig hebben.



Voeding.

De dagelijkse verzorging betreft in ieder geval:
  • Er dient voldoende voedsel aanwezig te zijn tot het volgende voedermoment.
  • Er dient dagelijks vers drinkwater verstrekt te worden.
De voeding dient te bestaan uit:
  • Een basisvoeder. Voor de zaadeters bestaande uit de vereiste zaadmengeling. Voor de vruchten- en insecteneters het universeelvoer. Naast deze bestaan er uiteraard ook vogels, zoals bijv. kolibri’s, met een speciaal op desbetreffend soort afgestemd basismenu.
Deze basisvoeding dient te worden aangevuld met:
  • Grit en scherpe maagkiezel
  • Opfok/krachtvoer
  • Fruit, vooral voor de vruchten- en insecteneters.
  • Levend voer, zoals meel- en/of buffalowormen, in geval van vogelsoorten, die dat op hun menulijst hebben staan.
Eventueel ook
  • Groenvoer zoals bladgroen, bijv. vogelmuur, en verse onkruidzaden.
  • Gekiemde zaden.

Houdt er rekening mee dat groenvoer en gekiemde zaden voor 90% uit water bestaan en derhalve met mate verstrekt dienen te worden.
Indien de mogelijkheid bestaat verdient het de voorkeur de vogels afgepast voer te verstrekken. Ze zijn dan gedwongen de juiste zaadmengeling geheel op te eten. Voederautomaten hebben als nadeel dat de vogels zichzelf verwennen met weliswaar een lekker, maar wel eenzijdig, zaadmengsel.



Verzorging.

De verzorging van de vogels betreft:
  • Dagelijkse controle of alle vogels er gezond en wel bijzitten.
  • Regelmatige vervanging van de bodembedekking
  • Regelmatige reiniging van kooien, zitstokken, voer- en met name drinkwaterbakjes.
  • Verstrekken van badwater
  • Controle op ongedierte als vogelluis en het eventuele bestrijden daarvan.
Uitwerpselen op de grond vormen een belangrijke besmettingsbron voor allerlei vogelziekten. Bacteriën gedijen het best in een warme en vochtige omgeving. Het is daarom van het grootste belang dat ontlasting zo snel mogelijk opdroogt. De vogelhouder kan er dus zelf in belangrijke mate voor zorgen dat de bodem geen besmettingsbron wordt door te kiezen voor een bodembedekker die het vocht goed absorbeert en de bodembedekking regelmatig te verwijderen en te vervangen. Goede bodembedekkers zijn kattenbakkorrels, lava- of kalksteenkorrels, houtsnippers, etc. Zand neemt niet of nauwelijks vocht op en is daardoor een slechte bodembedekker. Hoe vaak de bodembedekking ververst moet worden is uiteraard afhankelijk van het aantal vogels in desbetreffende ruimte. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan de bodembedekking onder de zitstokken. Daar hoopt het vuil zich het meest op en de vogels zoeken ook daar naar wat van hun gading is met mogelijke desastreuze gevolgen. Het zal uit bovenstaande duidelijk zijn dat zeven en hergebruik van de bodembedekking vroeger of later tot problemen moet leiden. [ boven ]
Trosgierst. Tropenvoer en schelpenzand.




GEZONDHEIDSPROBLEMEN.

Voorkomen is beter dan genezen.

Problemen met de gezondheid van vogels die in gevangenschap worden gehouden kunnen veroorzaakt worden door tekortkomingen in:
  • Huisvesting
  • Voeding
  • Verzorging
  • Samenstelling van fokparen
  • Gebruik van medicijnen
Hierdoor kunnen conditieverlies en verminderende afweer ontstaan waardoor de vogel vatbaarder wordt voor ziekte of gebreken. Het verwerven en behouden van een gezond vogelbestand loopt als een rode draad door hetgeen in voorafgaande aan de orde is gesteld. Door een goede huisvesting, voeding en verzorging kunnen veel ziektebronnen preventief bestreden worden.
Wanneer men als vogelhouder zich ook toelegt op het fokken van jonge vogels dan is het van groot belang om bij de samenstelling van de koppels ook rekening te houden met de constitutie van de fokparen. Gebruik in de kweek steeds niet al te sterk verwante, gezonde vogels, zonder gebrek, die aangetoond hebben tegen een stootje te kunnen. Door te gaan fokken met sterk verwante vogels, bijvoorbeeld broer x zus, vogels uit een zwak geslacht, of vogels die toevallig in het fokseizoen een redelijke conditie hebben, maar daarvoor steeds met medicijnen opgeknapt moesten worden, wordt het nageslacht in de regel zwakker en kwetsbaarder voor gebreken en ziekten.
Gebruik van medicijnen in de vogelhouderij kan nog meer teleurstellingen voorkomen, maar heeft ook schaduwzijden. Dit geldt vooral wanneer medicijnen preventief worden toegediend. Vogels met een matige constitutie, die dus eigenlijk ongeschikt zijn voor het fokprogramma, worden met kunst en vliegwerk op de been gehouden en zorgen misschien ook nog voor nageslacht. Vogels worden weliswaar langer in leven gehouden, maar de vraag is of met een dergelijk gedrag de vogelhouderij wel een goede dienst bewezen wordt. Kortom, gebruik medicijnen waarvoor ze bedoeld zijn: genezing van in principe sterke en gezonde, maar tijdelijk zieke, vogels.



Herkennen van zieke vogels.

Hiervoor werd, om aan te geven welke vogels wel en welke beslist niet gekocht moeten worden, een aantal uiterlijk waarneembare kenmerken gegeven van een vogel die iets mankeert. Vogels die niet helemaal in orde zijn:
  • Hebben toegeknepen oogjes.
  • Zitten met opgezette veren en vaak met de kop in de veren.
  • Ademen hoorbaar en/of met geopende snavel.
  • Zitten op de grond en niet op stok.
  • Slapen op twee poten
  • Kunnen voortdurend rond de voerbak hangen, maar nauwelijks voedsel tot zich nemen.
Een zieke vogel eet minder dan normaal en heeft moeite zijn lichaamstemperatuur op peil te houden. Om de eigen warmte beter vast te houden en zich te isoleren tegen de koudere omgeving zet de vogel de veren op. Vaak steekt de vogel de kop ook nog tussen de veren. Dit zogenaamde ‘bol zitten’ geeft aan dat er met de vogel serieus iets aan de hand is. Gezonde vogels slapen meestal op één poot. Vogels die bol zitten slapen ook veel overdag en doen dat gegarandeerd op twee poten. Gezonde vogels zoeken een stok om op te slapen. Een zieke vogel zal dit tot het eind toe ook proberen. Slaap de vogel op de grond dan is de gezondheidssituatie uitermate precair geworden. Constateert men dit algemene kenmerk van een zieke vogel dan is actie geboden.



Wat te doen met een zieke vogel.

Probeer in eerste instantie een zieke vogel te isoleren in een aparte kooi. Vervolgens kunnen we proberen de bron van de ziekte te achterhalen door de vogel en de ontlasting goed te bekijken.
De vogel heeft een ademhalingsprobleem wanneer de vogel ademt met geopende snavel, de ademhaling leidt tot duidelijk zichtbare beweging van het lichaam en wanneer de ademhaling goed hoorbaar is als je de vogel tegen het oor houdt. Niet altijd wordt een ademhalingsprobleem veroorzaakt door een ziekte aan de longen of de luchtwegen!
De vogel heeft een darmprobleem wanneer de veren rond de cloaca vies zijn. Dit wordt veroorzaakt door te dunne ontlasting. Als de vogels apart gezet wordt kan men, bij een zaadeter, constateren dat op de bodem de ontlasting niet bestaat uit compacte hoopjes. Blaast men de veren weg van het onderlichaam dan zal een rode, vaak opgezette, buik zichtbaar worden met soms de darmen zichtbaar als dikke rode lussen. Vaak zal er sprake zijn van een bacteriële infectie. Met een antibioticum kan dan de ziekte bestreden worden.
Kanaries, bijvoorbeeld, kunnen een parasiet bezitten die de darmwand vernietigt waardoor een normale voedselopname niet meer mogelijk wordt. Ook deze vogels krijgen een rode, gezwollen buik, met tevens ook een snel scherper wordend borstbeen. Deze ziekte, coccidiose, is niet met een antibioticum te bestrijden, maar wel met een ander geneesmiddel. Een goede diagnose is noodzakelijk om het juiste medicijn te verstrekken.
Blaast men de buikveren weg dan vertonen sommige zieke vogels een abnormaal grote lever. Bij gezonde vogels komt de lever niet of nauwelijks achter het middenrif te voorschijn. Wanneer er wel een grote donkerrode vlekte zien is duidt dat op een sterk vergrote lever. Sommige vogelziekten gaan met een degelijk verschijnsel gepaard.

De ervaring leert dat de meeste dierenartsen meer gespecialiseerd zijn in de behandeling van honden en katten dan in die van vogels. Het is vaak erg moeilijk, ook voor een dierenarts, om bij een zieke vogel de juiste diagnose te stellen. Mestonderzoek is hierbij vaak onontbeerlijk. Gaat men met een zieke vogel naar de dierenarts, dan is het raadzaam om ook wat verse mest mee te nemen.
De praktijk is dat ervaren vogelhouders in eerste instantie vaak zelf een diagnose stellen en de medicatie toedienen. Wanneer dit niet tot daadwerkelijk verbetering leidt zal men via contacten die men inmiddels heeft opgebouwd een in vogelziekte gespecialiseerde dierenarts benaderen. Gaat het om een enkele vogel en komt die te overlijden dan wordt dit vaak geaccepteerd als een vervelend incident. Er ontstaat uiteraard echt paniek wanneer de ziekte epidemische vormen begint aan te nemen. In dat geval is het zeker raadzaam een in vogelziekten gespecialiseerde dierenarts te benaderen.
Het gaat in dit verband te ver om alle mogelijke ziekten en medicaties te bespreken. Er bestaat voldoende, goede, literatuur op dit gebied. Zoals:
  • Vervest, H. en W. Arets, Gezondheid en ziekten bij Europese Cultuurvogels en verwante zaadetende vogels. Uitgave: Speciaalclub Europese Cultuurvogels van de NBvV.
  • Holsheimer, J.P., Ziekten van kooi- en volièrevogels. Uitgave: Thieme - Zutphen.
[ boven ]